Bovenbouw tso

De bovenbouw is de 2e en 3e graad middelbaar, klas 9 t.e.m. 12.

De overgang van de 8e naar de 9e klas kenmerkt een belangrijke verandering in het leven van de kinderen. De puberteit is nu duidelijk ingezet en het kind vraagt een andere benadering. De natuurlijke verbinding met de wereld is voorbij en zeker bij de start van de bovenbouw vallen leerlingen op zichzelf terug. Daarbij willen ze, naarmate ze ouder worden, die wereld ook als maar beter écht gaan begrijpen en er een zelfstandig oordeel over opbouwen.

Lees meer onder “Pedagogie”.

Tso Bouw- en houtkunde bouwt een tiny house!

Schooluren middelbare school

De lessen worden gespreid over 9 halve dagen van maandag tot vrijdag. De vrije halve dag valt voor alle klassen op woensdagnamiddag. In tso mag de vrije halve dag anders gelegd worden.

Voormiddag Namiddag
08.30 – 09.25 lesuur 1  13.10 – 14.00  lesuur 5
09.25 – 10.20 lesuur 2  14.00 – 14.50  lesuur 6
10.20 – 10.40 ochtendpauze  14.50 – 15.00  namiddagpauze
10.40 – 11.30 lesuur 3  15.00 – 15.50  lesuur 7
11.30 – 12.20 lesuur 4  15.50 – 16.40  lesuur 8
12.20 – 13.10 middagpauze

In deze uurregeling worden ‘blokken’ van twee lesuren gebruikt voor de ochtendperiodes (= lesuur 1 & 2), het vak lichamelijke opvoeding en de kunst- en ambachtelijke periodes. De spreiding van lichamelijke opvoeding en de kunst- en ambachtelijke periodes varieert per klas.

De lessen beginnen elke ochtend om 08.30 u. Het einde van de schooldag varieert per klas en per dag. De lessen eindigen ten vroegste om 14.50 u en ten laatste om 16.40 u. Op woensdag eindigt de school om 12.20u.

Lessentabel

3e jr klas 94e jr klas 105e jr klas 116e jr klas 12
TALEN
Engels2222
Frans2222
Nederlands4322
Nederlands: toneel-1-1
WETENSCHAP, WISKUNDE en ICT
Aardrijkskunde1111
Natuurwetenschappen11--
Toegepaste Fysica11--
Toegepaste wetenschappen--22
Wiskunde3433
Informatica-1--
KUNST / EXPRESSIE / MUZIEK
Plastische opvoeding (tekenen / schilderen)1111
Boetseren1---
Koperslaan-1--
Houtsculptuur--1-
Steensculptuur---1
Esthetica (architectuur)---1
Muziek1111
Koor1111
MAATSCHAPPIJ
Cultuurbeschouwing1111
Geschiedenis1111
Economie--11
SPORT
Lichamelijke opvoeding2222
BOUW - HOUT
bouw/hout (theorie / praktijk)4455
Bouwmanagement--11
Labo--11
Meetkundig tekenen11--
Waarnemingstekenen111-
Computertekenen--11
EXTRA
Extra muros: werkweek1111
Extra muros: stage2222
Extra muros: klassikaal (natuurbeheer, landmeten, Chartres, eindreis1111
Titularisuur1111

Overzicht expressievakken

9e klas

  • boetseren

10e klas

  • koperslaan

11e klas

  • houtsculptuur

12e klas

  • steensculptuur

De lessentabel bevat vakken die op wekelijkse basis terugkeren op het weekrooster, vakken die in periodes worden gegeven en tevens vakken die ingericht worden als intra of extra muros.

Een uur van de lessentabel dat ingericht wordt als intra of extra muros, staat niet op het weekrooster dat uw kind op 1 september meekrijgt. Het aantal uren op de lessentabel, die hieronder wordt weergegeven, is hierdoor in de meeste klassen iets hoger dan de effectieve uren op de weekrooster.

In het algemeen secundair onderwijs (aso) wordt er maximum 3 uren ingericht als intra of extra muros, in klas 12 maximum 4 uren.

Overzicht extra-murosweken

De extra-murosweken worden doorgaans als vijfdaagse in het eerste en tweede semester georganiseerd.
In de bovenbouw organiseren we tijdens deze periodes doorgaans de ‘stageweken’.

 9e klas

  • natuurbeheer / bosbouwweek (1e of 2e semester)
  • bouw- en houtpracticum, werkweek (2e semester)
  • bouw- en houtpracticum, individuele stage (2e semester)

 10e klas

  • landmeetweek (1e of 2e semester)
  • bouw- en houtpracticum, werkweek (1e semester)
  • bouw- en houtpracticum, individuele stage (2e semester)

 11e klas

  • culturele reis Chartres / Parcivalweek (2e semester)
  • bouw- en houtpracticum, werkweek (1e semester)
  • bouw- en houtpracticum, individuele stage (2e semester)

 12e klas

  • eindreis (2e semester)
  • bouw- en houtpracticum, werkweek (1e semester)
  • bouw- en houtpracticum, individuele stage (2e semester)

Pedagogie

Onze basis- en middelbare school steunt op de steinerpedagogie zoals Rudolf Steiner, een Oostenrijkse wetenschapper-filosoof, ze omstreeks 1919 vanuit zijn antroposofische visie ontwikkelde. In de steinerpedagogie staat de ontwikkeling van het kind centraal.

De pedagogie knoopt telkens aan bij de leeftijdsfase waarin het kind zich bevindt. Dat gebeurt in de basisschool met vertel- en leerstof, aangepast aan de leeftijd van het kind. In de middelbare school gebruiken de leerkrachten aangepaste lespakketten. Ze vormen voor elke leerling een boeiende uitdaging op elk moment van de schoolloopbaan.

De 9e klas is het jaar van de polariteiten. De jonge puber ziet de wereld en de anderen in tegengestelden. Sympathie en antipathie, juist of fout, goed of slecht. Er is weinig plaats voor het midden tussen de zaken. Daarom kan de 9e klasser zich ook goed verbinden met die tegengestelden in de leerstof. Zo krijgen humor en tragiek hun plaats binnen het vak Nederlands. In P.O. wordt er gewerkt met zwart-wittekenen en in geschiedenis komen de wereldoorlogen aan bod. Die zijn eveneens uitstekende stof voor het trainen van het causale denken.

Het chaotische puberbrein vraagt ook om structuur en duidelijkheid. Zaken die vakken als meetkunde en grammatica bij uitstek bieden. De 9e klasser keert naar binnen, is met zichzelf bezig. In de lessen cultuurbeschouwing wordt daarom gewerkt rond biografieën van personen die iets wezenlijks betekend hebben voor de wereld.

Binnen de lessen bouw-hout worden in de 9e klas een heel aantal basistechnieken aangeleerd, wordt er affiniteit ontwikkeld met verschillende houtsoorten, maar is er ook ruimte voor feitenkennis. Toch wordt de meeste leerstof “al doende” verwerkt, m.a.w. in concrete, duurzame houtprojecten zoals het maken van een eigen werkbank of bijzettafel. Het is essentieel dat de jonge puber geen “nutteloos” werk doet. Zo ook in de vier werkweken, waarin toneeldecors voor andere klassen gemaakt kunnen worden, of waarin samenwerkingen met Natuurpunt opgezet worden.

Vakmanschap staat al van bij de start van de richting centraal. We trachten oog voor detail en esthetiek te ontwikkelen in waarnemings- en meetkundig tekenen, maar eveneens binnen boetseren. Het fenomenologisch denken wordt geoefend binnen natuurwetenschappen en aardrijkskunde.

Stilaan gaat de wereld weer wat open in de 10e klas. De puber krijgt veel oog voor wat er rond hem gebeurt. Dit jaar staat in het teken van de sociale ontmoetingen, met voor het eerst twee weken individuele bouw-houtstage en een jaarwerk rond een sociaal-maatschappelijk thema, bv. armoede of minderheidsgroepen, gekoppeld aan een praktisch werkstuk.

De onzekere tiener wordt uitgedaagd om zichzelf te tonen binnen een toneelperiode, maar eveneens binnen vakken als koperslaan of schilderen. Dit zijn vakken waarbij ook dikwijls een weerstand overwonnen moet worden en doorzettingsvermogen getraind, net als concentratie, beheersing en nauwkeurigheid.

Structuur en orde blijven essentieel voor een 10e klasser. Daar is ruimte voor bij de grammatica, in een landmeetweek, maar ook in informatica. Binnen de aardrijkskunde worden met grote juistheid onder meer gekeken naar de wolkenformaties. Ook binnen de theorielessen bouw-hout staat het verwerven van bepaalde structuuronderdelen centraal. Ook in de praktijklessen worden de projecten naar na jaar wat groter. De 10e klassers hebben bijvoorbeeld al hun eigen werkbanken gemaakt.

De 11e klas durven we al eens beschrijven als de “fase van de individuele verstilling”. Het lijkt alsof leerlingen terug bij hun verstand komen. Er ontstaat opnieuw een meer open contact met volwassenen en meer dan ooit hebben ze nood aan leraren die volledig gepassioneerd zijn door hun leerstof. Dat verstand wordt dan ook erg aangesproken. We schakelen in verschillende vakken een versnelling hoger en er wordt nog intensiever gewerkt op het verwerken van grotere leerstofgehelen, die ook hun weg vinden naar examens voor enkele vakken op het einde van het schooljaar.

Het leren verbanden leggen, inhoud verdiepen, onderzoek voeren en een duidelijke weg vinden richting zelfstandigheid staan centraal. Daarom wordt ook hier reeds het eindwerk opgestart; een strikt individueel werkstuk waar twee jaar aan gewerkt zal worden over een onderwerp waar de leerling uitgebreid onderzoek naar voert en zich op alle mogelijke manieren in verdiept. Dit sluit eveneens aan bij de ontwikkeling van de eigen interesses, waarden, oordelen, maatstaven en ideeën.

De 11e klasser gaat op zoek naar wie zij/hij zelf is en durft al eens aan het filosoferen slagen. Het Parsivalverhaal nodigt de leerlingen uit om zichzelf en de medemens beter te begrijpen. In de economische aardrijkskunde worden globale verbanden gelegd, net als in de lessen bouw-hout. Daarin komt de bouwcomponent meer en meer naar boven, vooral bij het ontwerp en bouwen van het tiny house. De 11e klasser werkt daarbij toe naar zelfredzaamheid, onafhankelijkheid en oog voor precisie, juistheid en detail. Iets wat overigens ook geoefend wordt in de lessen waarnemingstekenen, wiskunde, P.O. of houtsculptuur.

Tot slot worden, logischerwijs, worden in de 12e klas de dingen samengebracht en afgerond. In de geschiedenis worden verbanden gelegd, grote gehelen besproken, overzicht gemaakt. De 12e klasser wordt zo goed mogelijk voorbereid op de zelfstandigheid die volgend jaar van haar/hem verwacht wordt. Ze weten, in de ideale omstandigheden, waar ze voor staan, wie ze zijn, waar ze goed in zijn en waar ze nog een weg in te gaan hebben. Ze leren een onderbouwd oordeel te hebben en gefundeerde keuzes te maken.

Er wordt verder verdiept, bijvoorbeeld a.d.h.v. een literatuurperiode. Morele ontwikkeling wordt versterkt. Het oog voor esthetiek wordt verder ontwikkeld met een architectuurperiode. Binnen computertekenen worden praktische skills aangeleerd voor het uitwerken van plannen, die dan meteen in de realiteit omgezet worden in de praktijklessen bouw-hout. Binnen het vak labo staat het onderzoek centraal en het vak bouwmanagement focust op het leren overzien van gehelen, het leren plannen, bij- en aansturen.

Initiatief nemen en zaken ondernemen zijn eveneens essentieel. Het toewerken naar een groot eindtoneel; het organiseren van acties om geld in te zamelen voor hun eindreis (per klas, samen met de leerlingen beslist waarheen deze gaat), het organiseren van een bouwstage en het presenteren van hun eindwerk waar ze twee jaar aan gewerkt hebben; het zijn allen kantelpunten in hun schoolcarrière. De grenzen worden voor de laatste keer opengebroken of verlegd binnen de vertrouwde omgeving.