Zorg basisschool

De zorgleerkracht heeft als eerste doel het ondersteunen van het leerproces in de klas. Hij of zij helpt de klasleerkracht in het observeren van de kinderen en in het opzetten van klas-screenings. Daaruit vloeit een begeleidingsplan voort; dit kan gaan van hulp bieden in de klas over het werken met kleine groepjes tot de individuele begeleiding van kinderen buiten de klas. Ook hier is beweging als basis van de ontwikkeling het uitgangspunt.

De zorgleerkrachten volgen de hen toegewezen klassen op vanaf de eerste klas tot de overgang naar het middelbaar onderwijs. Zij coördineren ook de eventuele zorg die buiten de school wordt geboden.

De kwaliteiten, mogelijkheden en beperkingen die een kind meebrengt in de klas, worden bepaald door zijn/haar constitutie. Onder constitutie verstaan we: hoe een kind zich met zijn lichaam verbindt.

Voor Steiner is de mens een geestelijk wezen dat zich tijdens de zwangerschap verbindt met een lichaam dat het van zijn ouders erft; omgekeerd beïnvloedt dit geërfde lichaam het functioneren van de geest.

De manier waarop een kind zich “in zijn lichaam incarneert” werkt door op de gehele ontwikkeling van het kind: de grove en de fijne motoriek, de links/rechts oriëntatie, het temperament, de emotionele gevoeligheid, de wakkerheid van de zintuigen, enz. Al deze elementen spelen een rol in het leerproces, en in hoe het kind zich sociaal en emotioneel handhaaft in de klasgroep. In de literatuur rond de Steinerpedagogie, en in het bijzonder in het werk van Rudolf Steiner zelf, is een schat aan achtergronden en adviezen hierover te vinden.

Over het algemeen stellen de unieke eigenschappen en vermogens van een kind geen problemen, en zijn ze binnen het geheel van een klas een heerlijke verrijking van het palet. Wanneer echter een bepaalde eenzijdigheid te sterk doorweegt, kan dit problemen geven betreffende de leervaardigheden of het gedrag in de klas. Soms  kan een verwijzing naar een vorm van individuele begeleiding bijzonder vruchtbaar zijn.

Het zorgteam

De kern van dit team bestaat uit: de twee zorgleerkrachten, de schoolarts en de verantwoordelijke van het CLB. Bij elk overleg over een leerling is ook de betreffende klassenleerkracht aanwezig. Nadien volgt er meestal een bespreking met de ouders van het kind, waarbij indien nodig een begeleidingsplan wordt afgesproken.

De zorgleerkracht

De remedial teacher of taakleerkracht heeft als eerste doel het ondersteunen van het leerproces in de klas. Hij of zij helpt de klasleerkracht in het observeren van de kinderen en in het opzetten van klas-screenings. Daaruit vloeit een hulpverleningsplan voort; dit kan gaan van hulp bieden in de klas over het werken met kleine groepjes tot de individuele begeleiding van kinderen buiten de klas. Beweging als basis van ontwikkeling is ook hier een uitgangspunt.

Op onze school zijn er twee parttime remedial teachers in dienst die zich net zoals de klasleerkracht met een klasgroep verbinden. De zorgleerkrachten volgen elk drie klassen op vanaf de eerste klas tot de overgang naar het middelbaar onderwijs.

De schoolarts

Het was vanaf het ontstaan van de eerste Steinerschool de wens van Rudolf Steiner dat in het lerarencollege een arts zou aanwezig zijn om de kinderen mee te volgen. Het was Steiners overtuiging dat het onderwijs de kinderen niet alleen leerstof moet bijbrengen, maar hen in hun hele ontwikkeling moet begeleiden …

Ook op onze school werkt een antroposofisch geschoold arts mee in het zorgteam. Hij bezoekt regelmatig de klassen, neemt deel aan de besprekingen van het zorgteam en aan de wekelijkse lerarenvergadering, en heeft eventueel aparte gesprekken met de ouders.

Voor meer info:  www.antroposofischegeneeskunde.be

Voor de door de overheid aan het CLB toegewezen taken is uiteraard de schoolarts van het CLB verantwoordelijk.

Het  CLB (Centrum voor leerlingenbegeleiding)

Net zoals andere scholen werken wij samen met een CLB: Vrij CLB regio Gent.

Zorg buiten de school

Wanneer de  zorg geboden op school ontoereikend blijkt, kan het zorgteam voorstellen om beroep te doen op schoolexterne diensten:

Bij veel kinderen ligt een dieper constitutioneel onevenwicht aan de basis leermoeilijkheden of van bv. sociale problemen: links-rechts problematiek, nervositeit, angsten, overmatig sterke fantasiewereld, stoornis in de motorische ontwikkeling,…. Bij elke vorm van ‘niet goed met het lijf verbonden zijn’ kan een kind geholpen worden met meer gespecialiseerde zorg. Hiervoor kan het kind dan verwezen worden naar zorgverleners buiten de school.

Dit zijn dan vaak therapieën uit de antroposofische geneeskunde (muziektherapie, therapeutische euritmie, kunstzinnige therapie, ritmische massage). Andere therapieën sluiten nauw aan bij de antroposofische mensvisie (Kritische Ontwikkelingsbegeleiding volgens Hendrickx, osteopathie,…)

Voor meer info: ARTéSANA

Als het om hardnekkige leerstoornissen gaat doen we ook beroep op  logopedische begeleiding of  stellen we een onderzoek en begeleiding voor op een Revalidatiecentrum.

In alle gevallen worden de kinderen eerst besproken in het zorgteam. Geen enkele begeleiding gebeurt zonder de instemming van de ouders.