Geschiedenis

Begin de jaren 1970 werd een klein groepje mensen enthousiast over de antroposofie en meer bepaald over de Steinerpedagogie. Zij vormden een klein studiegroepje en vanuit hun enthousiasme organiseerden zij in de Sint-Pietersabdij een tentoonstelling over de pedagogie die zij aan de Gentenaren bekend wilden maken. Op dat ogenblik bestond er in België nog maar één Rudolf Steinerschool: in Antwerpen.

Als eerste concrete realisatie bouwden zij een ietwat onderkomen winkelruimte aan de Hooiaard uit tot een biologisch winkeltje annex restaurantje, waar ook boeken over antroposofie verkocht werden: De Blauwe Bloem (in een ondertussen geëvolueerde versie en op een andere plek bestaat deze winkel trouwens nog). In dezelfde jaren werd in Gent, meestal in de Aula aan de Voldersstraat, jaarlijks een reeks voordrachten georganiseerd rond antroposofische thema’s. Deze voordrachten lokten veel toehoorders, tot méér dan 200 per avond. Veel mensen voelden zich aangesproken door de antroposofie en gingen in het buitenland cursussen of opleidingen volgen (pedagogie, geneeskunde, euritmie, …).

Wat later nam de groep, waar steeds meer mensen met kleine kinderen gingen bij aansluiten, ook het kloeke besluit een eigen schooltje te beginnen en gingen zij op zoek naar een kleuterjuf. Met enkele weken vertraging op het echte begin van het schooljaar, namelijk begin oktober 1978, startte een eerste kleuterklasje onder de vleugels van juf Grietje. De eerste locatie bevond zich aan de Kortrijksesteenweg. De belangstelling was zeer groot. Reeds het volgende jaar moest het schooltje uitwijken naar een huis met meer ruimtes. In 1979 werden reeds twee kleuterklassen bevolkt en werd er gestart met een eerste klas in een prachtig art-decohuis aan de Fr. Rooseveltlaan. Terwijl de ene verbouwing na de andere volgde, om de twee kleuterklassen en de eerste en in 1980 ook de tweede klas te huisvesten, werd in de kelder onafgebroken gesleuteld aan een aftandse stencilmachine met de bedoeling leesbare teksten aan de ouders en de leraren mee te geven. ’s Avonds werden urenlange vergaderingen gehouden rond de vele vragen die de organisatie van een school, die zich bovendien ook nog “vrij” noemde, met zich mee bracht.

Voor september 1981 moest opnieuw een grotere behuizing gezocht worden; de vraag was dubbel: in of buiten Gent (stad versus platteland; centrumfunctie versus ademruimte)? en: kopen of verder huren (een ernstige financiële inspanning met het oog op de toekomst versus een haalbare maandelijkse huur voor de oudergroep)? Uiteindelijk viel de keuze op de aankoop van een gebouw aan de Kasteellaan. Omdat het gebouw nog voor een jaar verhuurd was (aan een Italiaanse school op het gelijkvloers en aan studenten op de verdiepingen) begonnen de kleuterklassen in houten barakken in de grote tuin, terwijl de lagere schoolklassen nog een jaar in de Rooseveltlaan bleven. In de zomer van 1982 werd het gebouw grondig onder handen genomen (we hadden het over een “harde ingreep”) zodat met relatief weinig middelen tenslotte toch een eigen schoolgebouw beschikbaar kwam. In de volgende jaren bleef de school groeien, werden daarbij ook oude gebouwtjes op het terrein afgebroken en nieuwe klaslokalen gebouwd, werd de speelplaats betegeld, werd een grote buitentrap gebouwd, werd een aanpalend stuk grond van Het Volk bij aangekocht.

Met de groei van de school werden ook de problemen en opgaven groter: de zoektocht naar bekwame leraren, naar voldoende financiën (de school draaide nog steeds zonder enige frank subsidie!), naar werkbare sociale vormen.
Toen de toenmalige minister van Onderwijs Coens in 1984 de school wilde erkennen en laten meegenieten van onderwijssubsidies bleef de discussie over het pro en contra daarvan binnen de schoolgemeenschap niet uit. De hamvraag was of meedoen met de subsidiedans de eigenheid en vrijheid van de school als pedagogisch project zou beknotten of daarentegen vanwege de grotere financiële ademruimte meer ontwikkelingsmogelijkheden zou bieden. Uiteindelijk koos de schoolgemeenschap (ouders en leraren gezamenlijk!) voor subsidiëring en werd de school vanaf 1985 erkend en, op basis van het Koninklijk Besluit op het basisonderwijs van 1984, door de overheid gesubsidieerd.

Maar met de zesde klas stelde zich alweer een nieuwe vraag: wat daarna? Zouden de kinderen in een andere middelbare school hun studies voortzetten of zou de Gentse Steinerschool zelf…? Alleen al de vraag stellen kwam bij sommige ouders als waanzin over. De problemen rond financiën, gebouwen, pedagogische uitbouw … zouden een veelvoud worden van wat de schoolgemeenschap tot dan toe voor haar rekening had moeten nemen. Uiteindelijk vatte een kleine groep ouders de stier bij de horens en startte in 1985 de Bovenbouw Rudolf Steinerschool Gent vzw. De eerste twee jaren van deze middelbare afdeling waren niet gesubsidieerd. In 1987 startte MSV, de Middelbare Rudolf Steinerschool Vlaanderen, die nu vestigingen heeft in vijf Vlaamse steden. De secundaire afdeling kon verder ontwikkelen en in 1991 studeerden de eerste leerlingen af.

Aan de F. Lousbergskaai werd ondertussen in 1988 nog een gebouw aangekocht; in het huis zelf kregen de lerarenkamer en de administratie onderdak, in de aanpalende ruimtes vonden de ateliers (boekbinden, houtbewerking, koperslaan) een plaats. Ondertussen gingen de lessen door, breidde de lerarengroep uit, werd op de jaarfeesten door de hele schoolgemeenschap regelmatig feest gevierd.

Op vraag van de ouders van de basisscholen, Teunisbloem (de tweede Gentse Steinerschool ) en Michaëli (steinerschool van Aalst),  startte de middelbare school met de uitbouw van een tweede parallelle klas (1997). In 1998 werd de nieuwbouw voor de middelbare school aangevat, op een terrein dat opnieuw van Het Volk gekocht werd. De gebouwen op dit terrein lieten ook voor het eerst toe een grote polyvalente zaal in te richten voor toneel, concerten, feesten e.d. N.a.v. de ingezette ‘dubbelstroom’ ontstond enkele jaren daarvoor een apart ‘middenbouwcollege’ met een eigen pedagogische benadering. Het ‘meegroeien’ van de klasleraar vanuit de lagere school was omwille van praktische redenen reeds verlaten. De parallelle klas geeft meer mogelijkheden tot differentiatie: splitsingen in niveaugroepen voor enkele vakken (Wiskunde, Frans, Engels) en keuzevakken in de 3de graad.

Om de problematiek van kinderen met leermoeilijkheden op te vangen werd remedial teaching opgestart naast de uitbouw van antroposofisch-geïnspireerde therapieën. Voor kinderen met een zware leerproblematiek (type 8 kinderen) voldeed dat te weinig. Er onstond een ‘Tobiaswerkgroep’ met het doel kleine klassen uit te bouwen om aan hun noden tegemoet te kunnen komen. Deze werkgroep realiseerde samen met de school tenslotte één Tobiasklas van 1992 tot 1998. De financiële draagkracht van de school bleek echter onvoldoende om dit initiatief verder uit te werken tot een aparte, “bijzondere” stroom.

Vanaf september 1997 richtte de basisschool aparte kleine peuterklassen in voor kinderen vanaf drie tot vier jaar. Tot dan toe konden kinderen pas vanaf vier jaar bij ons op de kleuterschool terecht. Vanaf september 2014 kunnen ook kinderen vanaf 2,5 jaar in de peuterklassen schoollopen.

In 2003 tenslotte kwam, na twee jaar verbouwingswerken aan de Kasteellaan, het oorspronkelijke gebouw opnieuw ter beschikking van de lagere schoolklassen (die voordien gedurende enkele jaren in oude ateliers van het complex aan de Ferdinand Lousbergskaai waren ondergebracht) en van de lerarenkamer en -bibliotheek.

Op dezelfde plaats waar voorheen de kleuterschoolbarakken stonden, werd een nieuwe kleuterschool opgetrokken in organische architectuur. De nieuwe kleuterschool werd in 2008 in gebruik genomen.

In september 2014 is de middelbare school begonnen aan de uitbouw van een 3de zevende klas. Inmiddels is de 3de achtste klas een feit.

In september 2016 start de middelbare school met het pilootproject 1ste leerjaar 2de graad TSO Bouw- en houtkunde.